donderdag 18 februari 2010

Analyse en stemadvies

Het carnaval zit er weer op. Tijd om het leven weer aan de serieuze zaken des te wijden. Waarbij natuurlijk vooral de verkiezingen om aandacht vragen.

Little Marc en Dik Huubke hebben zich opgeofferd en het hele carnavalsweekend besteed aan een grondige analyse van de verkiezingsprogramma’s. Niet alleen van de politieke partijen die in Boxtel meedoen. Maar ook van alle andere gemeenten. Op die manier zijn ze tot een conclusie gekomen waar de Stemwijzer en andere van dit soort softe sites wel heel schril bij afsteken. Is het daar nog vrijblijvend en voor ieder wat wils. De conclusie van het Nihuf, zoals het Nieuw Humoristisch Front steeds vaker in de media wordt genoemd, is heel wat steviger. Ieder weldenkend mens zal hem onderschrijven.

donderdag 11 februari 2010

Abdicatie en sleuteloverdracht

We hebben nog wat toeters en trompetten nodig, het liefst een heus valsblaasensemble, maar dan is ons kostje wel gekocht. Hier kunnen we de rest van het jaar op vooruit. Dit wordt een wereldhit!

Hoezee, hoezee, hoezee!
O jee, o, nee, wat nou!

Zoals algemeen bekend
Beneden de grote rivieren
Hoort het hele gouvernement
ook Carnaval te vieren.
Den burger die treedt af
En draagt de sleutel over
Het klinkt misschien heel maf
Maar de Prins die neemt het over.

Hoera, hoera, hoera!
Laten we daar driewerf op klinken.
Eén bier, twee bier, drie bier,
Op zijn gezondheid drinken!

Hoezee, hoezee, hoezee!
O jee, o, nee, wat nou!

Ging het zo maar in Den Haag,
Dan hadden we wat te vieren
Want het wordt zowat een plaag
Hoe ze daar zitten te klieren.
En zelfs de koningin
Moet er eens over denken
Om de sleutel van het land
Aan de jonge prins te schenken.

Hoera, hoera, hoera!
Laten we daar driewerf op klinken.
Eén bier, twee bier, drie bier,
Op haar gezondheid drinken!

Hoezee, hoezee, hoezee!
O jee, o, nee, wat nou!
Hoezee, hoezee, hoezee!
O jee, o, nee, wat nou!

donderdag 4 februari 2010

Jip en Janneke in een boze wereld

Sjors was bij lange na niet de grootste van de klas. Maar hij had het wel voor het zeggen. De meeste kinderen waren een beetje bang voor hem. Ze waren eigenlijk allemaal heel erg voor Sjors of heel erg tegen. Maar van die laatste categorie waren er niet zo veel. De meesten vonden hen maar rotjongens.

Jip wilde graag Sjors’ vriendje zijn. Maar hij was wel een beetje bang voor de rotjongens. Want die probeerden niet alleen Sjors te pesten, maar iedereen die al te duidelijk op zijn hand was.

Eén keer hadden de rotjongens Sjors’ mooiste bouwwerk in de bouwhoek omgegooid. Dat hadden ze geweten. Sjors had een groot rechtvaardigheidsgevoel, vond hij zelf, en hij had hen gruwelijk teruggepakt. Hij was dan wel niet zo groot, maar hij was behoorlijk gehaaid. Hij had het beste speelgoed en hij probeerde al zijn vriendjes te mobiliseren om de rotjongens een hak te zetten. En hij wist dat de allergrootste jongens zich er toch niet mee zouden bemoeien. De ene was zo groot dat hij zijn vadsige lijf nauwelijks onder controle had. En de andere had zoveel geld aan Sjors geleend dat hij zijn mond wel zou houden. Anders zag hij zijn centen misschien nooit meer terug.

Jip wist zich geen raad. Als hij met Sjors meedeed, zou hij misschien klappen beuren. Zelf stond hij ook wel graag met zijn vingertje omhoog om misstanden te veroordelen, maar als het er op aan kwam, was hij niet zo’n held. En bovendien: wat zou Janneke er van vinden. Zij hield niet zo van vechten en Jip was heel erg op Janneke.

Hij had een heel diplomatiek antwoord bedacht, vond hij zelf. Maar nu, achteraf, was Janneke toch boos. Hij had dapper moeten zijn en tegen Sjors moeten zeggen dat hij niet meedeed, vond ze. Ze had makkelijk praten. “Met de kennis van nu …” begon Jip zijn genuanceerde verklaring om alles uit te leggen. En nu was ze helemaal woedend. Hij moest plechtig beloven dat hij het nooit meer zou doen. En dat vond Jip best moeilijk.

donderdag 28 januari 2010

Te laat


Hier in het rustieke dorpje Boxtel viel het allemaal nog wel mee, maar in de landelijke politiek en op het wereldtoneel schreeuwden de talloze strapatsen van de lieden in de top om grappen en grollen. Little Marc & Dik Huubke wisten gewoon niet waar ze moesten beginnen en hebben afgelopen weekend wekenlang zitten brainstormen wat het zou moeten worden.

Balkenende in tranen en op de knieën voor Mariëtte Hamer met als tekstballonntje “Ik kan het allemaal uitleggen!” of “Met de kennis van nu zal ik het nooit meer doen!” vonden ze al niet actueel genoeg meer. De hypes gaan snel de laatste tijd.

Het Nieuw Humoristisch Front dat op de wijze van Spyker en Saab officieel bekend maakt Disney Studio’s over te nemen, leek de heren wat megalomaan al gaat de vergelijking nog zo goed op. Het Front verkoopt ook ongeveer vijftig cartoons per jaar.

De veiligheids-check op Schiphol met een peepshow om naar de plaatjes van de bodyscanner te kijken was al in een vroeg stadium afgevallen. Net als de veiligheidsbeambte die verordonneerd de schoenen, de broeksriem en de onderboek uit te trekken. Te plat.

Iets met Prins Bernhard misschien? “Nu voor het meest actuele nieuws: Prins Bernhard was al voor de oorlog fout in de oorlog.” Maar wat verzinnen we daar voor plaatje bij?

Nee, het was duidelijk: het moest over Minister Eurlings gaan en zijn fantastische idee om de ANWB-leden over de kilometerheffing te laten beslissen. “Dan schrijf ik op het blog dat de Vereniging Eigen Huis mag beslissen over de hypotheekrenteaftrek, de ABVA/Kabo over de ambtenarensalarissen, de ANVR over de vakantiedagen, en ROVER over het spoorboekje en de treintarieven”, zei Dik Huubke zondagavond, maar nu het zo ver is, ziet hij er maar van af, want die grap heeft al in alle kranten gestaan.

Er kwam nog al een rij briljante ideeën voorbij, al zeggen Little Marc & Dik Huubke dat zelf:
  • Een automobilist die voor honderden Euro’s een SUV staat vol te tanken, wordt gevraagd of hij voor of tegen de kilometerheffing is. 
  • Een stemlokaal waar niet om de stemkaart, maar om de lidmaatschapskaart van de ANWB wordt gevraagd. 
  • Een wegenwacht die langs de deur gaat om te enquêteren.
En toen wisten ze het ineens. Ze zouden gewoon een praatpaal tekenen en daar zelf bij gaan staan stoeien, omdat de één voor wil stemmen en de ander tegen. Zo namen ze zelf mooi geen standpunt in, dus hoefden ze het niet oneens te zijn. Zondagavond werd voor die cartoon gekozen. De bijeenkomst werd geschorst tot maandagavond. Dik Huubke zou een praatpaal uitgraven, zodat ze op hun gemak lekker warm binnen konden poseren. Maar eerst nog een kopje koffie en naar DWDD kijken.



Ze schrokken zich een ongeluk. Hun idee was gejat. Is de privacy dan nergens meer veilig? Slaat de computercriminaliteit ook al in eigen huis toe?

Balen, brullen en zich bedrinken. Dat was het enige dat erop zat en van werken kwam hoegenaamd niets. De volgende morgen aan het ontbijt deed Jos Collignon er nog een schepje bovenop. En toen hebben we de cartoon maar veranderd. Maar misschien was de eerste versie toch leuker.

donderdag 21 januari 2010

Stort a.u.b. op 555

We leven in verschrikkelijke tijden. De natuur is helemaal van slag. Zelfs de aarde beeft, al mogen we daar geen grappen over maken. En de mensheid telt steeds meer keiharde, ijskoude, misselijkmakende types.

Op de televisie was een Amerikaanse dominee te zien die doodleuk beweerde dat de aardbeving op Haïti een straf van God was, omdat de Haïtianen in een strijd tegen kolonisator Frankrijk meer dan tweehonderd jaar geleden hun ziel aan de duivel hadden verkocht. Ook de vier orkanen die het eiland vorig jaar troffen, hoorden bij de goddelijke vergeldingsacties.



Laten we nou eens aannemen dat de gelovigen gelijk hebben. Dat er echt een God bestaat. Wordt het dan niet hoogtijd dat we maatregelen nemen om ons tegen die schurk te beschermen? Een raketschild of zo.

Maar niet alleen in Amerika wemelt het van de dwazen. Het Nederlandse publiek wil blijkens een peiling van Een Vandaag voor ongeveer zestig procent niets maar dan ook niets doneren voor de slachtoffers omdat de salarissen van de directeuren van de hulporganisaties zo hoog zijn. Het is verdomme of je een zwaargewonde op straat ziet liggen, maar weigert 112 te bellen omdat de specialisten te veel verdienen.

Zelfs Dik Huubke wordt er chagrijnig van. Hij heeft een hele middag zitten typen om zo veel mogelijk vloeken op dit blog te publiceren. Uiteindelijk heeft hij daar maar van afgezien, want hij is nu zelf ook getroffen door een straf van God.


Teneinde raad heeft hij besloten zijn gage voor de cartoon van deze week aan giro 555 over te maken. Lezers van dit blog, doet u alstublieft mee. De strijkstok is in de meeste gevallen echt alleen maar verzonnen door journalisten die een sappig verhaal nodig hebben en liever het Ungesundes Volksempfinden verwoorden dan de waarheid te zoeken. Alle jaarverslagen van de grote hulporganisaties staan op het internet. Hier vind je bijvoorbeeld het jaarverslag van het Rode Kruis Nederland. En hier dat van Oxfam Novib. Uit de cijfers blijkt overduidelijk dat ze het stuk voor stuk uitstekend doen. Dat mevrouw Farah Karimi een dikke ton verdient ... so what? Wat een armetierigheid om daar over te vallen. En dat minder dan een half procent van de opbrengst van de tsunami-actie nog niet is besteed, lijkt me eerder een geweldige prestatie dan iets verwijtbaars. En trouwens: ze hebben honger daar in Haïti!

donderdag 14 januari 2010

Winterkost


Voor het ontbijt had Little Marc een paar eitjes gekookt. Daar houdt Dik Huubke zo van. Niet te hard, maar zeker ook niet vloeibaar. Halfzacht, zeg maar. Precies zoals bij Dik Huubke past.

Zoals zo vaak hadden ze het aan het ontbijt over de cartoon van de week.
“Welk onderwerp zullen we deze week eens aansnijden?” zei Little Marc.
“Bah, het zout is op!” zei Dik Huubke, die net zijn eitje had gepeld.
“Die is wel erg flauw!” antwoordde Little Marc. Maar het bleek geen grap. Het was de harde werkelijkheid.

Fluks gingen de cartoonfiguren naar de badkamer, maar ze moesten ongewassen naar de supermarkt, want er was zelfs geen korreltje badzout meer. Helaas bleken ook alle Heinen, Appies en buurtsupers uitverkocht. Zelfs bij de Boerenbond was niets meer voorradig. En ook Akzo bleek bij telefonische navraag niet meer te kunnen leveren.

Teleurgesteld schuifelden de twee striphelden over de slecht geveegde stoepen en het spekgladde wegdek naar huis, moe, tot op het bot verkleumd, met lege magen en gebogen hoofden. Een toevallige passant had medelijden met het geslagen duo. Zo kwam er toch nog een lichtpuntje in deze duistere geschiedenis. Wat waren ze opgelucht.


donderdag 7 januari 2010

Over de nostalgie en de elfstedentocht

Hij was oud. Heel erg oud. Onder zijn spierwitte haren gloeide een rood gezicht. Op zijn voorhoofd parelden zweetdruppels, die zich langs zijn neus een weg baanden tot in zijn enorme snor. De beide uiteinden van het gevaarte krulden echter niet meer omhoog, wat kennelijk de bedoeling was, maar werden omlaag getrokken door twee enorme ijspegels. Hij droeg muts noch handschoenen. Sterker nog: barrevoets baande hij zich een weg door de sneeuw.

"Koud hè?" zei Dik Huubke.

“Koud?” zei hij vol verbazing. “Jullie weten niet wat kou is. Het is bloedheet. Vroeger kon het pas vriezen. Toen hebben we echt afgezien.”

“Doelt u op de Elfstedentocht van 1963?” vroegen Little Marc en Dik Huubke eerbiedig in koor.

“Neen”, zei de man. “Op de tocht van 1812!”

Vol verbazing keken onze twee striphelden hem aan. “1812? Werd er toen ook al een Elfstedentocht gereden?”

En toen stak de hoogbejaarde van wal. De tocht der tochten was toen heel anders. Veel langer ook, vertelde hij. “We vertrokken uit Parijs met een deelnemersveld van maar liefst 691.500 man. Een deel te paard, maar het merendeel te voet.”

“Parijs? Te voet?” vroeg Little Marc.
“Hadden jullie dan geen schaatsen? Of moesten jullie veel klunen?”vroeg Dik Huubke.

“Ach, hadden we maar schaatsen gehad”, zei de man. “De eerste stempelpost stond in Basel. Maar daar hebben we nauwelijks de tijd genomen om op adem te komen. Wij marcheerden door. Eerst naar München en toen over Berlijn naar Warschau. We zijn de Memel overgestoken en daarna de Dnjepr. De bevoorrading was toen al grotendeels weggevallen, maar met scheurbuik en hongerklop ploeterden wij voort. Bij Smolensk en Borodino zijn bijna de helft van mijn makkers om het leven gekomen. Maar het zou nog erger worden. Veel erger!”

Little Marc en Dik Huubke konden hun oren nauwelijks geloven. Ze wilden zelf ook iets te berde brengen, maar de oude man was niet te stuiten.

“Na 82 dagen bereikten we Moskou. We hadden ons er veel van voorgesteld, maar de stad was verlaten. Iedereen was er weggetrokken en er was niets. Nog geen kruimeltje brood. En toen moesten we ook nog terug.”

“Wat is dit voor een raar verha ...” probeerde Dik Huubke, maar hij kwam er niet tussen.

“Het vroor die winter veertig graden. Overdag! ’s Nachts was het nog aanmerkelijk kouder. Iedereen leed aan vreselijke ziektes en we leefden op afgevroren ledematen en soms braadden we een lijk. Bij de Berenzina werden we volkomen in de pan gehakt. Het ijs was er meters dik. De Kozakken kleedden de weinige overlevenden tot op de blote huid uit en om hen zo in de sneeuwwoestijn achter te laten. Sindsdien heb ik nooit schoenen meer gedragen. Dat is niet nodig: congelatio permafrostose, mijn voeten ontdooien nooit meer. De moraal was totaal weggeslagen. Bijna iedereen die de kou overleefde, deserteerde. Behalve Napoleon zelf, bereikten slechts een paar honderd man de finish. Maar wat ben ik blij met mijn erekruisje. Poe, wat is het warm. Bah!”